Worstelen (Griekenland)Worstelen is één van de oudste gevechtssporten en was een onderdeel van de militaire opleiding bij de Grieken. Het behoorde tot de klassieke Olympische Spelen en was een van de topevenementen. De Romeinen namen de sport later over in een minder gewelddadige vorm in de arena’s en worstelen bleef zijn populariteit behouden. Bij de eerste moderne Olympische Spelen stond de sport, onder de vorm van Grieks-Romeins worstelen, onmiddellijk op het programma. In 1904 werd een tweede variant, het ‘vrij’ worstelen tijdens de Olympiade geïntroduceerd. Het doel is bij beiden identiek: twee tegenstanders proberen elkaar op de grond te werpen en met de schouders tegen de grond te drukken met behulp van grepen en technieken. Het verschil tussen beide disciplines is dat bij vrij worstelen grepen onder de heupen toegestaan zijn en ook de benen mogen gebruikt worden, bij Grieks-Romeins worstelen is dit niet toegestaan. Deze laatste sport is bovendien enkel toegestaan voor mannen, terwijl vrouwen wel een eigen Olympische competitie hebben bij het vrij worstelen.

Tijdens de Olympische Spelen worden de atleten ingedeeld in zeven gewichtscategorieën (vier voor de dames). Een worstelaar moet over spierkracht, techniek en lenigheid beschikken. De worstelgrepen, zoals arm- of beenklemmen, aanleren vereist een jarenlange training. Naast techniek trainen de atleten ook hun spierkracht om uit de grepen van de tegenstander los te komen of om zelf de controle over de tegenstander te behouden. Bij de worstelwedstrijden is er een wedstrijdleiding die bestaat uit een matrechter, scheidsrechter, drie puntentellers en drie juryleden. Naarmate de wedstrijd vordert zullen de deelnemers punten krijgen voor bijvoorbeeld goede grepen, aanvallen en worpen. De wedstrijd wordt gewonnen als de tegenstander langer dan vijf seconden met beide schouders tegen de mat wordt gedrukt of als een deelnemer een voorsprong heeft van 12 punten. Als er zes minuten geworsteld is, en er is nog geen winnaar, dan wordt de worstelaar met de meeste punten uitgeroepen tot winnaar.

Tijdens toernooien worden de worstelaars verdeeld in twee poules. Als een deelnemer twee keer verloren heeft is hij uitgeschakeld. De winnaars uit beide poules strijden tegen elkaar om goud en zilver. De nummers twee uit de poules strijden tegen elkaar om brons.

Voor elke greep krijgt men een aantal punten (1, 2, 3 of 5 punten). Winnen kan dus op de volgende manieren:

– Door vloering (de beide schouders van de tegenstrever tegen de mat gedrukt)
– Door meerderheid van punten (als het verschil 12 punten of meer bedraagt)
– Door punten (als de reglementaire tijd verstreken is tellen de punten)
– Door uitsluiten of opgave van de tegenstrever

Aan de winnende en verliezende worstelaar worden respectievelijk de volgende wedstrijdpunten toegekend:

♦ 5 : 0 bij touché

♦ 5 : 0 bij overwinning door opgave tegenstander wegens blessure

♦ 5 : 0 in geval van diskwalificatie bij overtreding van de reglementen

♦ 4 : 0 bij overwinning met technisch overwicht (6 punten verschil tijdens twee perioden) en de verliezer heeft geen punt gescoord

♦ 4 : 1 bij overwinning met technisch overwicht (6 punten verschil tijdens twee perioden), maar verliezer heeft ten minste 1 technisch punt gescoord

♦ 3 : 0 bij puntenoverwinning in twee van de drie perioden zonder technisch punt voor de verliezer

♦ 3 : 1 bij puntenoverwinning in twee van de drie perioden, maar verliezer heeft ten minste 1 technisch punt

♦ 0 : 0 indien beide worstelaars zijn gediskwalificeerd wegens overtreding van de reglementen.