Tai Chi (China)Tai Chi is een Chinese bewegingskunst, gericht op de bevordering van lichamelijke gezondheid en geestelijk welzijn. Tai Chi helpt de spieren en gewrichten los te houden. Ook bevordert het een goede houding. Als iemand zegt dat hij aan Tai Chi doet, bedoelt hij of zij meestal Tai Chi Chuan, de variant die van de Chinese krijgskunst afstamt. Tai Chi Tao is een variant daarop die duidelijk gericht is op de gezondheid van de mens.

De Tai Chi Tao oefeningen zijn rustig en niet erg moeilijk. De oefeningen zijn gebaseerd op de vijf elementen van de energieleer: water, vuur, aarde, hout en metaal. Ze zorgen ervoor dat je meer energie krijgt. Ook hebben de oefeningen een positieve invloed op de bloedcirculatie en de zuurstoftoevoer naar de spieren. De oefeningen van Tai Chi Tao kunnen pijnen verlichten, vooral doordat het tempo van de oefeningen laag ligt. Onder meer mensen met RSI-klachten, rugklachten, reuma en ME kunnen baat hebben bij Tai Chi Tao.

Hoewel, met name in het westen, de nadruk bij veel Tai Chi beoefenaars ligt op het gezondheidsaspect van Tai Chi en het ‘slechts’ als bewegingsleer wordt gezien, zijn er ook beoefenaren die deze kunst beoefenen om haar effectiviteit als zelfverdedigingskunst. Met name in de Chen-stijl is de nadruk op het zelfverdedigingsaspect veel sterker aanwezig dan bij bijvoorbeeld de Yang-stijl. De vormen worden vaak dieper uitgevoerd, waarbij men dus meer door de knieën zakt en zo beter de balans leert te bewaren.

Bij Tai Chi als zelfverdediging ligt de nadruk met name op het verstoren van de balans van de tegenstander, door in de beweging van de tegenstander mee te gaan en deze te neutraliseren. Daarbij is het behouden van het eigen evenwicht uiteraard van groot belang. Op het moment dat de tegenstander uit balans is gebracht, kan eventueel een tegenaanval worden ingezet.