Stoten en trappen in Wing-Chun is belangrijk. Hieronder zetten we alles duidelijk neer.

Stoten
Door de nadruk op de middenlijn is de verticale vuistslag de meest gebruikte stoot binnen Wing Chun. Het principe van gelijktijdige aanval en verdediging suggereert dat alle bewegingen in de Siu Nim Tau met een voorwaartse uitvoering tot een stoot moet uitgroeien. De verticale stoot wordt voornamelijk gegeven met de elleboog die naar beneden wijst. Het contactpunt kan verschillen van de bovenste twee knokkels tot de middelste twee knokkels of de onderste drie knokkels. In sommige vormen van Wing Chun wordt de vuist gedraaid vanuit de pols op het moment van impact zodat er extra kracht vrijkomt.

De stoten kunnen elkaar snel opvolgen. Als dit goed wordt uitgevoerd, is de opponent gedesoriënteerd en kan hij met andere stoten worden overrompeld.

  • directheid: de stoot wordt niet geladen vanachter het lichaam maar direct vanuit de dekking gegeven.
  • bescherming: de elleboog wordt laag gehouden om het midden van het lichaam te beschermen
  • sterkte en impact: beoefenaars van Wing Chun zijn van mening dat de stoot wordt ondersteund door de kracht van het hele lichaam en daarom meer impact heeft dan een zwaaiende stoot.
  • richting en structuur: door het gebruik van een goede houding, kan de verticale stoot goed worden uitgevoerd.

Trappen
Vooral in de vormen Chum Kio en Mook Jong komen veel trappen voor. Afhankelijk van de houding wordt een beginneling in eerste instantie de basistrappen geleerd. Normaliter wordt er niet getrapt boven het middel. Dit is karakteristiek voor de zuidelijke vechtsport kunsten in contract tot de noordelijke vechtsporten die wel hoge trappen gebruiken. Variaties op de voorwaartse trap kunnen worden gemaakt met hiel. Iedere trap is zowel een aanval als een verdediging waarbij de benen worden gebruikt om inkomende trappen te blokken of om het initiatief te nemen in vorm van een stoot voordat een trap aankomt.