Het onderstaande is een extract uit een interview van Meester Rhee Ki Ha 8ste dan destijds, uit Fighter’s Magazine, juli 1992. “Toen ik klein was, was ik niet bezig met Taekwon-do. Zoals je misschien weet, viel Korea meer dan 36 jaar onder het bewind van de Japanse keizer. Mijn vader deed aan judo en ik volgde hem, de basis judo-oefeningen lerend. Ik kreeg als bijnaam ‘Tdun Tdun Bo’ dat “dubbel lichaam” betekent. Ik hield niet van bijnamen maar ik hou nog wel steeds van verschillende martial arts sporten. “Op een dag liet de hoofdonderwijzer van mijn school me iets zien wat hij had geleerd in Japan.

Zo is het begonnen, niet heel serieus. In plaats van mijn vader te volgen in het judo, wilde ik een smaller figuur houden dan dat het judo toeliet”. Meester Rhee startte met Taekwon-do toen hij zijn militaire dienstplicht vervulde. Alle soldaten waren verplicht om Taekwon-do te leren, het maakte onderdeel uit van hun training. Na de basistraining werden de mensen met een hoog IQ naar de signalenkorpsen gestuurd. De andere mensen kregen een optie. Meester Rhee’s keuze was om Taekwon-do te gaan studeren. Dit verbaasde zijn superieuren en men vroeg of hij dit echt wilde. In die tijd was het leven in militaire dienst. Het eten was slecht en de soldaten hadden altijd honger. Meester Rhee hield voet bij stuk en ging verder met Taekwon-do. Ik vroeg vervolgens Meester Rhee wat over trainingstoestellen zoals de beenstrechters die we tegenwoordig gebruiken.

“Taekwon-do is ontstaan in Korea, dus de Koreaanse mensen en de Koreaanse leefwijzen en omgevingen zijn iets anders. In mijn ervaring is het in het Westen veel makkelijker en comfortabeler. Dus toen ik begon met lesgeven aan Luchtmacht- en Politiecadetten bleek dat ze fysiek erg sterk waren maar dat hun enkels, knieën en schouders te zwak waren om als krachtig wapen te dienen. Ik heb het gezien, tijdens de oorlog, dat er veel problemen ontstonden met deze lichaamsdelen. Warming-up en stretching zijn dan ook belangrijk om te doen, omdat Taekwon-do bewegingen fysieke bewegingen zijn. Het hele lichaam doet zijn best en concentreert zich om een menselijk wapen te zijn.” Meester Rhee vertelde me toen over zijn komst hierheen en over de ontwikkeling van Taekwon-do. Hij gaf les in Maleisië en Singapore aan mensen van de RAF. Toen deze mensen na hun opleiding weer terug naar Engeland gingen, verspreidden ze zich over het hele land.

In Engeland konden ze alleen terecht bij karatescholen waar ze zich als een gevorderde voelden. Ze vroegen Meester Rhee om naar Engeland te komen om hun les te geven. Toen hij overkwam, ging hij wonen in de buurt van Coventry, in het midden van Engeland. Hij werkte voornamelijk bij RAF Gaydon. Hij gebruikte de gymzaal voor zijn weekendtrainingen zodat zijn studenten de tijd hadden om naar de training te komen. Hij reisde door het hele land om trainingen te geven. Hij reisde van Schotland naar Wales en was soms maanden weg van huis. Meester Rhee was de eerste Taekwon-do instructeur die Korea in 1964 verliet. Er waren ook anderen die Korea verlieten maar zij waren geen officiële instructeur. In het paspoort van Meester Rhee stond dat hij een Taekwon-do instructeur was.

Nadat hij vijf jaar in Europa was geweest, ontstond er in Korea een tweede organisatie. Meester Rhee zei dat hij zich niet druk maakte over de twee lichamen maar dat het hem ging om beide samen te brengen zodat de sport zich verder kon ontwikkelen. Toen hij voor het eerste naar Europa kwam, wist niemand wat Taekwon-do was. Mensen dachten zelfs dat Taekwon-do de naam van een paardenrace was. Dat gebeurt vandaag de dag niet meer omdat nu veel mensen weten wat Taekwon-do is. Hij erkent dat de Olympische Spelen van 1988 hebben gezorgd voor veel goede publiciteit. Dit geldt ook voor de Olympische expositie in Barcelona in 1992. Meester Rhee ziet graag dat Taekwon-do een uniforme sport wordt zonder politieke invloeden. De sport moet voorop staan.

Toen hij aankwam was karate een bekende sport en Meester Rhee werd geïntroduceerd bij de BKCC. Hij vroeg wat dat betekende en hij kreeg te horen dat het de ‘British Karate Control Commission’ betekende. Ze dachten dat Taekwon-do een soort van karate was. Ze zeiden alleen dat er een Japanse stijl van karate was, maar ook een Koreaanse en Chinese stijl. Meester Rhee legde het verschil uit aan de hand van een voorbeeld. Hij zei dat de Japanse ambassade in Londen een groot gebouw was en dat de Koreaanse ambassade een klein terrashuis was, en dat de voorzitter van de BKCC naar de Koreaanse ambassadeur moest gaan en hem te vragen of hij zich niet wilde aansluiten bij de Japanse ambassade omdat ze zo klein en onbekend waren. Hij zei onmiddellijk dat ze dat niet konden doen omdat het verschillende landen waren. Meester Rhee maakte zo zijn punt heel duidelijk. Verschillende vechtsporten kunnen niet zo maar op een hoop worden gegooid.

Hij vertelde over Taekwon-do, de sport die was uitgevonden door Generaal Choi Hong Hi en dat de naam officieel op 11 april 1955 is ontstaan. Meester Rhee vertelde dat hij zich wilde aansluiten maar dat kon niet onder de term karate maar hij wilde zich wel aansluiten onder de noemer ‘martial arts’. Ik vroeg toen aan Meester Rhee waar hij de toekomst zag van Taekwon-do. Hij antwoordde door te zeggen dat hij alleen een pionerende meester is. Generaal Choi was de oprichter en hij had Generaal Choi vaak gevraagd hoe hij zag dat de sport zich moest ontwikkelen. Hij had nog geen definitief antwoord van de Generaal gehad. Wat Generaal Choi ook besluit, Meester Rhee zal zijn besluit steunen. Meester Rhee’s persoonlijke mening is dat hij trots is op Taekwon-do als een zelf-discipline.

Op veel scholen zijn de meeste studenten jonger dan 18 jaar en dat ziet hij als een kwalijke zaak daar deze kinderen plezier moeten maken maar je moet ze ook de competitiedrang voor het Taekwon-do bijbrengen. Deze twee dingen kunnen elkaar soms bijten. Het moest juist zo zijn dat plezier en Taekwon-do elkaar aanvullen. Meester Rhee is niet blij met de vele regels bij toernooien. Zo is boksen al vele jaren een Olympische sport, een sport waarin mensen kunnen overlijden. Maar bij Taekwon-do mag je ook voeten en benen gebruiken en deze kunnen tot 3 keer harder aankomen dan een vuistslag. Meester Rhee ziet dan ook geen manier waarop Taekwon-do een Olympische sport kan worden. Meester Rhee pleit dan ook voor meer onderzoek. Men moet gaan kijken hoe Taekwon-do een competitieve sport kan worden waarbij veiligheid voorop staat.

Een van de kanten waar Taekwon-do naar toe kan gaan, zijn gymnastiekoefeningen en sparren met mensen die beschermende pakken en pantsers dragen. Je zou het kunnen vergelijken met schermen. Hij denkt dat op deze manier de sport aantrekkelijk blijft voor toeschouwers. Volgens Meester Rhee is de weg die Taekwon-do inslaat de volgende: “ iedereen moet kijken en luisteren en nadenken over de beste weg die de sport Taekwon-do kan inslaan”. Meester Rhee is nu een grootvader en spelt af en toe een potje golf. Hij heeft spijt dat hij niet eerder is begonnen met golfen omdat golf een zeer gedisciplineerde sport is. Hij speelt niet om een ander te verslaan maar om de baan te leren kennen. Meester Rhee vindt dat golf net Taekwon-do is: er is altijd iets om te bereiken. Het is een zelfdiscipline, een zelfuitdaging.

Bron:
UKTA | Fighter’s Magazine

Website:
UKTA