Muhammad Ali (Boksen)Muhammad Ali werd op 17 januari 1942 in de Amerikaanse stad Louisville (Kentucky) geboren als Cassius Marcellus Clay. Rond zijn 12de levensjaar begon hij te boksen en tegen de tijd dat hij 18 jaar was had hij 100 van zijn 108 wedstrijden gewonnen. Met deze prestatie verdiende hij een Olympisch ticket. Hij mocht als amateur tijdens de Olympische Spelen van 1960 in Rome de kleuren van zijn vaderland verdedigen. Hij behaalde als 18-jarige goud in het lichtzwaargewicht en de legende was geboren.

Met financiële steun van een groep zakenmensen uit Louisville werd hij professional en toen het 1963 was had hij zijn eerste 19 partijen gewonnen. In 1964 kreeg hij de kans om de titel in het zwaargewicht te veroveren. Hij nam het op tegen de onverslaanbaar geachtte Sonny Liston. Het was een zware partij, die Clay uiteindelijk in de zesde ronde won door opgave van zijn tegenstander. Na zijn overwinning riep Clay: “Ik ben de beste” en “ik heb de wereld versteld doen staan”. Vlak na zijn gewonnen titelgevecht bekeerde Clay zich tot de Islam en ging hij verder door het leven onder de naam Muhammad Ali.

In de daaropvolgende twee jaar verdedigde hij zijn titel 9 keer met succes. In 1967 weigerde hij, op religieuze gronden, om het Amerikaanse leger in te gaan. Zijn titel werd hem afgenomen en hij mocht geen wedstrijden meer boksen. Zijn actie zorgde zowel voor respect als voor tegenstand. Na drieënhalf jaar niet te hebben gebokst stapte hij naar de rechter en in 1970 kreeg hij zijn bokslicentie terug. In 1971 werd hij verslagen door Joe Frazier in ‘The Fight of the Century’ (beide boksers waren tot op dat moment ongeslagen). In 1974 versloeg hij Joe Frazier in een afgeladen Madison Square Guarden. Na twaalf ronden werd Ali tot winnaar van het gevecht uitgeroepen na een unanieme jurybeslissing.

Op 30 oktober 1974 stond het als ‘The Rumble in de Jungle’ gehypte gevecht tussen titelverdediger George Foreman en uitdager Ali op het programma. Het gevecht zou plaatsvinden voor een uitzinnige menigte in Kinshasa, Zaïre (nu Congo). Ali was stellig van plan om na Floyd Patterson de tweede bokser te worden die zijn wereldtitel in het zwaargewicht heroverde. In de achtste ronde sloeg hij Foreman knockout en hij heroverde de titel in het zwaargewicht. In oktober 1975 zou Ali het opnieuw opnemen tegen Joe Frazier en nu zou het dus gaan om een titelgevecht. Het gevecht kreeg de toepasselijke naam ‘The Thrilla in Manila’ en ging de boeken in als één van de mooiste partijen ooit. Ali won de partij na opgave van zijn tegenstander na 14 bloedstollende rondes.

Ali zou tot februari 1978 zijn titel behouden om hem aan de Olympisch Kampioen van 1976, Leon Spinks, te verliezen. Ali had de twijfelachtige eer om de eerste zwaargewicht kampioen te worden die zijn titel verloor aan iemand met slechts zeven profpartijen achter zijn naam. Spinks en Ali zouden nog een keer tegenover elkaar staan in het Superdome van New Orleans. Ali kreeg de titel na vijftien ronden toebedeeld en op 27 juni 1979 stopte hij met boksen waarmee de zwaargewicht titel vacant werd. Ali’s pensioen was van korte duur. Op 2 oktober 1980 daagde hij WBC-wereldkampioen Larry Holmes uit met als doel de eerste bokser te worden die de zwaargewicht titel vier keer wist te winnen.

Ali verloor op technisch knock-out in de elfde ronde, nadat zijn trainer Dundee hem verbood verder te vechten. Het gevecht tegen Holmes, gepromoot als ‘The Last Hurrah’, werd door veel fans en experts met minachting gadegeslagen, omdat zij tijdens de wedstrijd een afgetakelde Ali te zien kregen. Holmes was Ali’s sparringpartner en velen zagen het gevecht als het spreekwoordelijke doorgeven van de stok. Holmes zou later bekennen dat, hoewel hij het gevecht domineerde, hij uit respect voor zijn idool en voormalig werkgever ietwat terughoudend gevochten had.

Na het gevecht werd bekend gemaakt dat Ali in de Mayo Kliniek onderzocht was en dat de resultaten van het onderzoek choquerend waren. Hij had toegegeven dat zijn vingers tintelden en dat het spreken hem moeilijker afging. Het onderzoek onthulde een gat in zijn membraan, King had al deze informatie achtergehouden, zodat het gevecht tegen Holmes doorgang kon hebben. Ondanks alles zou Ali nog een keer in de ring aantreden. Op 11 december 1981 zou Ali tegenover de opkomende ster en toekomstig wereldkampioen Trevor Berbick staan, in wat bekend zou worden onder de naam ‘The Drama in the Bahamas’.

Het gevecht kon op weinig media-aandacht rekenen en fans stonden ook niet om het gevecht te springen. Het gevecht vond in redelijke anonimiteit in Nassau plaats. Hoewel Ali iets beter presteerde dan in zijn partij tegen Holmes ruim een jaar eerder, verloor hij in de tien ronden durende partij unaniem op punten van zijn twaalf jaar jongere tegenstander. Na dit verlies ging Ali definitief met pensioen in 1981.