Kung-Fu TrainingTrainingsschema’s van de Chinese martial arts staan over het algemeen uit de volgende onderdelen: basistechnieken, vormen, toepassingen van zelfverdedigingstechnieken en wapentraining. Elke stijl heeft uiteraard zijn eigen syllabus met verschil van nadruk op elk van deze onderdelen. Filosofie, ethiek en geneeskunde worden hoog ingeschat door de meeste Chinese gevechtskunsten. Een compleet programma zou eveneens inzicht moeten geven in de Chinese normen en waarden en de Chinese cultuur.

Basistechnieken
Basistechnieken zijn een vitaal onderdeel de Kung-Fu training, zoals in de meeste traditionele krijgskunsten én een leerling kan geen vordering maken naar de hogere stadia zonder de basis te oefenen. Veel bewegingen in de martial arts zijn simpelweg onmogelijk uit te voeren zonder sterke, flexibele spieren in combinatie met lichaamsmotoriek en het concept van ‘Chi’ (ademhaling óf energie). Basistraining kan bestaan uit een serie van simpele beweging die herhaaldelijk uitgevoerd worden in een bepaald tijdsbestek. Voorbeelden hiervan zijn: rekken en strekken, het oefenen van standen, conditie oefeningen, meditateren en het uitvoeren hand- en voettechnieken.

Een bekende gezegde in veel Chinese stijlen zegt letterlijk vertaal het volgende: “train zowel het innerlijke als het uiterlijke.” Uiterlijke training richt zich op de handen, ogen, het lichaam en de standen. Innerlijke training omvat het hart, de geest, de ziel, ademhaling en innerlijke kracht.

Standen
Standen zijn gestructureerde houdingen die toegepast worden in de training van Chinese martial arts. Ze weerspiegelen de oorsprong en overdreven vorm van de basis van een vechter. Elke stijl heeft verschillen in naamgeving en variaties op elke stand. Standen kunnen bijvoorbeeld verschillen op basis van positionering van de voeten, gewichtsverdeling en lichaamsrichting.
Veel voorkomende standen in de Chinese stijlen zijn de gebogen stand en de paardrijstand.

Meditatie
In veel Chinese stijlen is meditatie een belangrijk onderdeel van basistraining. Meditatie dient te zorgen voor het ontwikkelen van concentratie, leegheid van geest en kan een basis zijn voor zogeheten ‘qigong training’.

Vormen
Vormen, Tao Lu in het Chinees, zijn een reeks gechoreografeerde bewegingen die achter elkaar uitgevoerd worden als een schijngevecht zonder partners. Oorspronkelijk werden de vormen ontwikkeld om het erfgoed van een specifieke stijl te herbergen en werden meestal aan gevorderde leerlingen gedoceerd. Vormen werden ontwikkeld een aantal technieken te leren die later terug zouden komen in het vrije sparren. Menigeen is van mening dat Kung Fu vormen zowel praktisch bruikbaar moeten zijn alsmede bij te dragen aan een bepaalde mate van vloeiendheid, flexibiliteit, evenwicht en coördinatie van de oefenaar.

Types van vormen
Vormen zijn ruwweg in twee types te categoriseren: solo- en partnervormen. De solo vormen zijn vergelijkbaar met de Japanse kata en Koreaanse tuls of poomsee. De partnervormen zijn vergelijkbaar met het kumite in de Japanse stijlen en matsogi of daeryon in de Koreaanse stijlen.
De solovormen worden, zoals het woord al zegt, uitgevoerd door een leerling in zijn eentje. De partner- of sparringsvormen worden geoefend door twee of meer mensen en zijn gechoreografeerde setjes van gevechtstechnieken. Deze vormen zijn in het leven geroepen om beginnende leerlingen kennis te laten maken met de concepten van het vrije gevecht en de diverse varianten op gezichtsafstand. Van deze vormen zijn er uiteraard ook vormen die gebruik maken van verscheidene wapens. Vooral deze vormen zijn bijzonder bruikbaar om de afstand van het te gebruiken wapen goed te leren in te schatten.

Vormen worden beschouwd als één van de belangrijkste onderdelen van Kung Fu; ditzelfde gaat op voorWushu.

Moderne vormen
Door de loop der jaren zijn er meer en meer vormen gekomen en zijn de vormen ook in complexiteit toe genomen. Enkele vormen zouden zelfs een heel mensenleven lang geoefend kunnen worden om zich meester te maken. Een gevolg hiervan is dat een aantal van de modernere Chinese martial arts zich uitsluitend concentreren op de vormen, en zodoende de applicatie van de losse technieken niet meer beoefenen. Deze stijlen zijn veelal gericht op demonstraties en wedstrijden en de vormen van deze stijlen omvatten vaak spectaculaire sprongen en bijzonder gecompliceerde bewegingen teneinde meer spektakel te beiden aan de toeschouwers ten opzichte van de traditionelere stijlen.

Die beoefenaars die zich meer richten op de traditionele vormen en stijlen, zijn veelal minder gericht op demonstraties. Veel van deze traditionalisten vinden de ontwikkeling van hedendaagse Chinese martial arts een slechte zaak, omdat veel van de oorspronkelijke waarden verloren zijn gegaan.

Hoewel vormen in de Chinese martial arts (net als veel andere martial arts zoals karate, taekwon-do en judo bijvoorbeeld) bedoeld zijn om realistische gevechtstechnieken te tonen en te oefenen, zijn de bewegingen vaak anders dan dezelfde technieken tijdens het feitelijke gevecht. Veel vormen zijn overvloedig ontwikkeld. Aan de ene kant om een betere gevechtsvoorbereiding te bewerkstelligen, anderzijds om een bepaalde mate van esthetiek in zich te hebben.

Een voorbeeld van het ‘overdrijven’ in de vormen, waardoor de gevechtstoepassing geen reële waarde meer heeft, is het gebruik van extreem lage standen en enorm hoge trappen. Deze bewegingen zijn onrealistisch in het daadwerkelijke gevecht, maar dragen wel bij aan de doelen van de vorm: het behalen van een betere fysiek en conditie.

Een ‘probleem’ van veel moderne stromingen, met name in het Wushu, is het weglaten van veel practische zelfsverdedigingstechnieken ten faveure van acrobatische stunts in de vormen. De praktische relevantie van de vormen als middel om zichzelf te leren verdedigen komt hierdoor in twijfel. Veel traditioneel ingestelde martial arts beoefenaars, alsmede moderne vechtsporters, staan inmiddels kritisch over de waarde van de vormen voor de beoefening van realistische zelfverdediging.

Toepassing
Toepassing van technieken is een manier van trainen waarbij de gevechtstechnieken als het ware ‘uitgeprobeerd’ worden. De Chinese kunsten omvatten vaak een enorm groot arsenaal aan technieken en maken hierbij veelal gebruik van het hele lichaam. Efficiency en effectiviteit is van groot belang. Wanneer én hoe technieken worden toegepast verschilt van stijl tot stijl. Sparring is ook een vorm van toepassing van technieken, hoewel dit vaak gebeurt onder een strikte set van regels en reglementen om serieuze blessures te voorkomen.

Wapentraining
Veel Chinese gevechtskunsten maken gebruik van een breed arsenaal van verschillende wapens. De trainingen met wapens dragen tevens bij aan het verbeteren van de conditie van de beoefenaar en zijn of haar coördinatie. Wapentraining volgt meestal pas in gevorderde stadia van de opleiding, wanneer de leerlingen de belangrijkste basis al onder de knie hebben.

De basisgedachte bij het oefenen met wapens is het gedachtegoed dat het wapen een verlengstuk of onderdeel van het lichaam wordt. Ook bij wapentraining zijn er basisoefeningen, sole- en partnervormen en vervolgens de applicatie van de technieken.