De traditionele regels van judo zijn er op gericht om blessures te voorkomen. Later kwamen er regels bij om te zorgen dat de wedstrijd attractief zou zijn om naar te kijken. Tijdens een wedstrijd kunnen straffen worden uitgedeeld wegens passiviteit of als er gebruik wordt gemaakt van illegale technieken. Een partij wordt gestopt als een deelnemer buiten het afgebakende deel van de mat (tatami) komt. Als de scheidsrechter en de juryleden iets moeten overleggen tijdens een grondgevecht, dan roept de scheidsrechter sonomama (dat “niet bewegen” betekent) en beide judoka moeten blijven liggen in hun huidige positie. Als het juryberaad klaar is, dan roept de scheidsrechter yoshi en de wedstrijd gaat door. Alle scores en straffen worden gegeven door de scheidsrechter. De juryleden kunnen echter als ze dat nodig achten de beslissing van de scheidsrechter wijzigen.

Gewichtsklassen
Tegenwoordig zijn er in het Judo zeven gewichtsklassen waarbij er verschil zit tussen de mannen en vrouwen.

Man:
onder 60 kg
60-66 kg
66-73 kg
73-81 kg
81-90 kg
90-100 kg
boven de 100 kg

Vrouw:
onder 48 kg
48-52 kg
52-57 kg
57-63 kg
63-70 kg
70-78 kg
boven de 78 kg

Puntentelling
Het doel in een judo wedstrijd is om de tegenstander op de grond te gooien waarbij zijn schouder als eerste de grond raakt. Een andere manier om te scoren is om de tegenstander te verwurgen of een klem op hem toe te passen. Als deze techniek wordt toegepast, dan is het een ippon waarmee de wedstrijd direct wordt gewonnen. In het judo zijn er vier graden van scores: ippon, waza-ari, yuko en koka. Een ippon betekent letterlijk “een punt” en hiermee is de wedstrijd direct afgelopen. Een ippon wordt toegekend voor (a) een krachtige en snelle worp waarbij de tegenstander op zijn rug terecht komt (b) voor een houdgreep die 25 seconden wordt aangehouden of (c) als de tegenstander de strijd opgeeft. Een waza-ari, een half punt, wordt gegeven voor een worp die snelheid en kracht mist en dus geen ippon is en voor een houdgreep die 20 seconden wordt aangehouden. Als 2x een waza-ari wordt gescoord, is de partij ook afgelopen.

Yuko en koka zijn lagere punten en zijn alleen van belang bij een gelijkspel. Deze punten worden niet bij elkaar opgeteld. Zo is een waza-ari altijd meer punten waard dan zeg 3 yuko’s maar een waza-ari en een yuko verslaan een waza-ari zonder yuko. Het komt dan ook voor dat een wedstrijd wordt beslist op een koka.

Een houdgreep van 15 seconden wordt beloond met een yuko en een houdgreep van 10 seconden met een koka. Als de persoon die de houdgreep uitvoert al een waza-ari heeft, hoeft hij zijn tegenstander maar 20 seconden in de houdgreep te houden om een tweede waza-ari en zodoende ippon te scoren. Als de judoka’s aan het einde van de wedstrijd een gelijk aantal punten hebben, dan wordt de wedstrijd beslist door middel van de Gouden Score regel. Wie als eerst een punt scoort, wint de partij. Als er na deze verlenging nog geen winnaar is, dan wordt er beslist door Hantei, waarbij de scheidsrechter en de twee juryleden een judoka tot winnaar uitroepen.