XPRT Xtreme scheenbeschermersNadat we hadden onderzocht wat de belangrijke kwaliteitseisen zijn voor goede bokshandschoenen, kregen we de vraag om dit ook te doen voor scheenbeschermers. Dus vroegen we aan verschillende ervaren kickboksers en Muay Thai vechters wat de belangrijkste aspecten zijn voor goede scheenbeschermers. Hieronder wordt de belangrijkste informatie voor jullie op een rijtje gezet.

Door het dragen van goede scheenbeschermers behoed je jezelf en je trainingspartners voor blessures. Scheenbeenblessures zijn vervelende blessures die langzaam genezen. Tijdens het maken van traptechnieken zonder scheenbeschermers of met slechte scheenbeschermers is de kans op kneuzingen (een beschadiging van de bloedvaatjes en een zwelling van het onderhuidse weefsel) op het scheenbeen zeer groot. De genezing van deze kneuzingen heeft zijn tijd nodig en heeft een goede doorbloeding nodig, wat van belang is voor de aanvoer van bouw- en herstelstoffen en voor de afvoer van afvalstoffen (het gestolde bloed dat uit de bloedbaan is gestroomd door de beschadiging).

Veel tijd om te genezen heeft een scheenbeen van een kickbokser vaak niet. Dit is vanwege de essentie van het gebruik van je scheenbenen tijdens de trainingen. De doorbloeding in het onderbeen is óók vaak een probleem omdat deze plek redelijk ver van het hart af ligt is de bloedsomloop in het onderbeen wat langzamer dan in de rest van je lichaam. Bij een kneuzing wordt dit extra vertraagd door de zwelling. Vandaar dat er geadviseerd wordt om je been zoveel mogelijk omhoog te houden bij een kneuzing. Het koelen helpt als je dit direct na het oplopen van de kneuzing doet. Door het koelen worden de bloedvaatjes namelijk dichtgeknepen waardoor er minder bloed uit de bloedbaan kan stromen en de omvang van de zwelling en de blauwe plek zoveel mogelijk wordt beperkt. Maar ondanks dat heeft de genezing van een kneuzing vooral veel rust nodig anders maak je het alleen maar erger.

Wat moet je dus doen om ervoor te zorgen dat je optimaal kan blijven trainen? Ten eerste ervoor zorgen dat je geen blessures oploopt aan je scheenbenen! Maar net zo belangrijk is ook dat je ervoor zorgt dat je jouw trainingspartners niet blesseert (bovenbeenblessures zijn ook heel erg vervelend). Kies dus een goede kwaliteit scheenbeschermer, die geschikt is om jouw te beschermen maar ook je trainingspartners.

Je scheenbenen moeten gewend raken aan de impact van de traptechnieken die je maakt. Dit heeft tijd nodig. In het begin kun je heel vaak last hebben van je scheenbenen. Maar hoe vaker je benen een tik te voorduren hebben gehad hoe meer je eraan gewend raakt, zowel aan de pijnbeleving tussen je oren als de pijn in je benen op zich. De zenuwen aan de oppervlak van de scheenbenen ‘sterven’ namelijk beetje bij beetje af wanneer je vaak tikken op je scheenbenen krijgt (deze herstellen zich wanneer je weer een tijd niet traint). Dit betekent alleen niet dat je er maar gewoon op los kunt gaan trappen en dat je dan op een gegeven moment niks meer voelt. Dan kom je er namelijk bedrogen vanaf, want de kans op een ernstige en chronische blessure zoals poreuze botten, een lastig te genezen scheenbeenbreuk of –verbrijzeling of een botvliesontsteking is hiermee namelijk wel erg groot.

Wat moet je dus doen? Trainen met scheenbeschermers die je voldoende bescherming geven om dit soort blessures te voorkomen, maar die tevens nog voldoende kracht doorlaten om je schenen te laten wennen aan de impact van de traptechnieken. Let wel, het is een kwestie van minimaal een jaar trainen voordat je echt gewend raakt aan de impact van trappen zonder scheenbeschermers, maar het zal nooit helemaal gevoelloos zijn. Een flinke dreun op je bot blijf je voelen en dat is maar goed ook. Vergeet niet dat pijn een sein is van ons lichaam om je te laten weten dat wat je doet niet goed is voor je lichaam.

Vanaf de leeftijd van 16 jaar worden de wedstrijden zonder scheenbeschermers gevochten. Door jaren lange training met scheenbeschermers die gedeeltelijk de impact van de traptechniek doorlaten zijn je scheenbenen al redelijk klaargestoomd voor zo’n wedstrijd. Het is goed om ook regelmatig te ervaren hoe het is om zonder scheenbeschermers te trappen. Dit doe je dan tegen de bokszak of op de pads. Ruim een maand voor de wedstrijd zou je als beginner ook kunnen proberen om te sparren zonder bescherming zodat je eraan kan wennen. Maar probeer altijd blessures te voorkomen. Lichte kneuzingen zul je hierbij altijd wel oplopen, maar deze moeten binnen twee weken weer volledig kunnen genezen. Als je nog niet echt gewend bent om te vechten zonder scheenbeschermers en je loopt snel blessures op aan je scheenbenen, dan is het beter om minimaal twee weken voor de wedstrijd niet meer te sparren zonder bescherming.

  1. Materiaal: Synthetisch leer of ook wel skintex genoemd volstaat voor een goede scheenbeschermer. Echt leren scheenbeschermers zul je niet snel tegenkomen en dat is ook niet nodig voor een kwalitatief goede scheenbeschermer.
  2. Pasvorm en grootte: Over het algemeen zijn deze skintex scheenbeschermers al voorgevormd. De mate waarin de scheenbeschermer is voorgevormd, is afhankelijk van het merk. Sommige scheenbeschermers zijn daardoor niet zo geschikt voor hele brede scheenbenen. De scheenbeschermer moet wanneer je hem vastmaakt mooi aansluiten op je scheenbeen. Het moet niet zo zijn dat, bij elke trap die je maakt, je scheenbeschermer verschuift en dat jij het weer terug op zijn plaats moet trekken. De grootte van je scheenbeschermer is, behalve voor de hoeveelheid aan bescherming, ook van belang voor de mate van bewegingsvrijheid. De scheenbeschermers moeten ± 5 cm onder je knieschijf ophouden, zodat je nog voldoende bewegingsvrijheid hebt. Het is ook niet fijn als je scheenbeschermers te breed zijn en ook je tenen mogen best onder de bescherming voor het voetgedeelte uitkomen. Je staat namelijk heel veel op de bal van je voet. Hiervoor moeten je tenen voldoende bewegingsvrijheid hebben en je trapt bovendien met je scheenbeen en niet met je voet, dus zoveel hebben je tenen niet te voorduren.
  3. Hardheid: Je scheenbeschermers moeten niet de hele impact van je trappen opvangen, zodat je scheenbenen kunnen wennen. Maar ze moeten wel voldoende impact absorberen om blessures te voorkomen. De meeste voorgevormde skintex scheenbeschermers voldoen hier wel aan. Sommige voorgevormde skintex scheenbeschermers hebben echter een overdreven harde beschermingslaag. Zij hebben daarbij vaak nog een extra verdikkingsstuk in het midden over de lengte van de scheenbeschermer. Dit soort scheenbeschermers laten bijna geen impact meer door. Het grote probleem hierbij is dat je schenen niet wennen aan de impact van een traptechniek en dat  jij niet in de gaten hebt hoe hard je trapt. Maar jouw trainingspartners voelen de impact van jouw trappen des te harder! Wil je jouw trainingspartners niet te veel blesseren zodat ze met jou willen blijven trainen, dan zou je dus bij het gebruik van dit soort scheenbeschermers je traptechnieken niet optimaal kunnen uitvoeren. Houd daarom bij de keuze van je fight gear ook rekening met hoe jouw trainingspartners jouw materialen ervaren tijdens de training.
  4. Sluiting: De sluitingen zijn over het algemeen van klittenband (met of zonder ijzeren ring waar je het klittenband doorheen haalt om de scheenbeschermer dicht te doen). Het is van belang dat de klittenband stevig is en goed sluit. Het maakt niet veel uit of de scheenbeschermer twee of drie van deze banden heeft, als je de scheenbeschermer maar strak genoeg dicht kunt doen en dat de banden de beschermer ook tijdens het trappen op zijn plaats houdt. Onder de voet zit ook altijd een (meestal elastieken) band om de beschermer ook bij de voet op de plaats te houden. Hier bij is het fijn als deze band onder de voet redelijk breed is, of dat er aan de achterkant van de hiel nog zo’n band zit.

Auteur: Evalien Lucas