Geschiedenis van KarateDe geschiedenis van Karate in Okinawa – De wortels van het moderne Karate liggen in de Ryukyu eilanden, welke onderdeel zijn van de provincie Okinawa. Oorspronkelijk heette het alleen maar ‘te’ en werd het beoefend door de ‘pechin’ uit Ryukyu. Pechin zijn vergelijkbaar met de Japanse samoerai maar dan woonachtig op de eilanden van Okinawa.

Op de eilanden werd er druk handel gedreven met de Chinezen tijdens de Ming dynastie in de 14de eeuw. Zodoende werden vele eeuwenoude Chinese krijgskunsten ook geïntroduceerd op de Ryukyu eilanden. Maar liefst 36 Chinese families emigreerden naar Okinawa omstreeks 1392 om daar de Chinese cultuur en de bijbehorende krijgskunsten te introduceren.

Politieke onderdrukking en het verbod op wapens voor de gewone man in 1609 leidde eveneens tot verdere ontwikkeling van de ongewapende vechtkunsten in Okinawa. Er waren geen formele, gestandaardiseerde stijlen van ‘te’, maar eerder veel verschillen vechters en meesters met hun eigen methodes. De oude stijlen van karate worden vaak Shuri-te, Naha-te en Tomari-te genoemd. Dit zijn de drie steden waar ze hun oorsprong vonden. Elke streek en haar meesters had eigen patronen (kata), technieken en basisprincipes die zich onderscheidden van de andere ‘te’ stijlen.

Regelmatig ging de bovenste laag van de bevolking van Okinawa op studiereis naar China voor allerlei doeleinden. Zo kwamen er ook steeds meer invloeden van het Chinese ‘wu shu’ in de krijgskunsten van Okinawa. Ouderwetse kata vertonen dan ook veel overeenkomsten met enkele van de Chinese martial arts. Er waren echter ook invloeden uit andere Aziatische landen en streken op de martial arts van Okinawa. Met name Sumatra, Java en Melaka hadden invloeden op de ontwikkeling van de locale krijgskunsten. Hiervandaan kwamen vooral ook de bekwaming in de simpele wapens, zoals de sai, tonfa en nunchaku.

Sakukawa Kanga, welke leefde van 1782 tot 1838, had diverse vechtstijlen met de lange stok (bo) geleerd in China en begon deze te onderwijzen in de vroege negentiende eeuw in de stad Shuri. Hij noemde deze vechtkunst ‘Tudi Sakukawa’. Rond 1820 onderwees Sakukawa’s belangrijkste leerling, Matsumura Sokon (1809-1899), een mix van ‘te’ en het Chinese ‘shaolin’. Deze stijl zou later de basis vormen voor de ‘Shorin-ryu’ stijl.

Matsumura leerde zijn kunst aan Itosu Anko (1831-1915), welke nu bekende staat als de ‘grootvader’ van het moderne karate. Itosu bracht twee patronen in de stijl die hij geleerd had van Matsumara. Deze zijn ‘kusanku’ en ‘chiang nan’. Hij creëerde de ‘ping’an’ vormen (beter bekend als ‘pinan’, de Japanse schrijfwijze). Dit zijn simpele kata voor de beginnende karateka’s. In 1901 kreeg Itosu het voor elkaar dat de openbare scholen op Okinawa karate onderwezen als onderdeel van het lesprogramma. De invloed van Itosu op karate is bijzonder groot. Zijn vormen zijn de basis van bijna alle huidige karate-stijlen. Zijn leerlingen behoren tot de meest bekende karate meesters ooit: Gichin Funakoshi, Kenwa Mabuni en Choki Motobu.

In 1881 kwam Higaonna Kanryo terug uit China, na zich jaren bekwaamd te hebben in ‘Ryu Ryu Ko’. Hij vormde een stijl, welke bekend werd als Naha-te. Eén van zijn leerlingen was de grondlegger van het Goju-ryu karate: Chojun Miyagi.