Bandages omdoenWij krijgen vaak de vraag: ‘Hoe moet ik mijn bandages omdoen?’ Hiervoor bestaan verschillende manieren. Wij kozen één manier uit die volgens ons goed uit te voeren is voor iedereen en die ook voldoende steun geeft aan handen, knokkels en polsen. Als je onderstaand schema volgt, dan heb je de techniek van het goed omdoen van bandages snel in de vingers!

Doe het lusje van je bandage om je duim. Let erop dat de naden van de bandage aan de onderkant zitten of dat het labeltje met ‘this site up’ aan de bovenkant zit. Draai de bandage 1 à 2 keer om je pols.

Trek de bandage via de bovenkant van je hand tussen je pink en ringvinger en ga via de onderkant van je hand (handpalm) naar je pols (aan de kant van je duim) toe. Ga via je duim weer op dezelfde manier richting je ringvinger en middelvinger en ga weer via je handpalm naar je pols (aan de kant van je duim). En tot slot doe je op dezelfde manier je bandage nog tussen je middel- en wijsvinger en weer terug naar de pols (aan de kant van je duim).

Via je duim trek je de bandage nu schuin over de bovenkant van je hand naar de pink toe. Trek de bandage vanaf de buitenkant van de knokkel van je pink onder je hand door naar de buitenkant van de knokkel van je wijsvinger. Draai de bandage vervolgens minimaal twee keer om je knokkels heen (dus vanaf de buitenkant van de knokkel van je wijsvinger over de bovenkant van je hand naar de buitenkant van de knokkel van je pink en weer via de onderkant terug naar de buitenkant van de knokkel van je wijsvinger).

Wanneer je de bandage een aantal keren om je knokkels hebt gedraaid, ga met met je bandage schuin via je handpalm terug richting je pols (aan de kant van je duim). Wikkel je bandage om 1 à 2 keer je pols.

Vervolgens draai je de bandage van onder naar boven en weer terug om je duim heen. Trek de bandage vanaf je duim weer richting je pink.

Vanaf de buitenkant van de knokkel van je pink trek je de bandage via je handpalm naar de buitenkant van de knokkel van je wijsvinger. Vanaf daar trek je de bandage schuin over de bovenkant van je hand naar je pols. Je wikkelt je bandage nogmaals om je pols en nog een keer om je duim.

Tot slot draai je de rest van de bandage om je pols heen, zodat de bandage je pols een goede versteviging geeft. Als de bandage lang genoeg is, kun je de het tot halverwege je onderarm wikkelen voor een goede versteviging en maak de bandage dicht met het klittenband.

Handige tips:

– Voorkom plooien in de bandage tijdens het omdoen. Dit kan namelijk gaan irriteren (vergelijk het met een sok die niet lekker zit).

– Rol de bandage steeds weer netjes op wanneer het gewassen en gedroogd is. Op deze manier voorkom je dat de bandage al gekreukeld is voordat je het om gaat doen. Tevens heb je tijdens er ook, tijdens het omdoen van de bandages, geen last van dat deze in de war zitten.