Aikido (Japan)De term Aikido betekent letterlijk “de weg van harmonie met Ki” maar er zijn veel andere interpretaties mogelijk. Het is een Japanse krijgskunst die is ontwikkeld door Morihei Ueshiba. Hij kwam tot deze krijgskunst door een zijn krijgskunst studies, filosofie en religieuze gedachten te combineren. Zijn doel was om een krijgskunst te ontwikkelen die niet alleen de beoefenaars in staat zou stellen om zichzelf te verdedigen maar ook om de aanvaller niet te verwonden. Aikido is de sport waarbij de beweging van de aanvaller wordt gebruikt om met de beweging mee te gaan in plaats van er tegenin te gaan. Hier is weinig fysieke energie voor nodig omdat de aikidoka het momentum van de aanvaller gebruikt in combinatie met instap- en draaibewegingen. Deze technieken worden aangevuld met verschillende worpen en klemmen. Aikido kan worden geplaatst onder worstelen.

Aikido is grotendeels afgeleid van de krijgskunst Daitō-ryū Aiki-jūjutsu maar begon omstreeks 1920 hier van af te wijken. Dit kwam onder meer door Ueshiba’s verbintenis met de Ōmoto-kyō religie. In de eerste documenten noemt Ueshiba de krijgskunst aiki-jūjutsu. Veel van Ueshiba’s oudere leerlingen hebben een verschillende kijk op Aikido, afhankelijk van de periode waarin ze bij hem in de leer waren. Vandaag de dag kan over de hele wereld Aikido worden beoefend. Deze krijgskunst kent vele stijlen maar allemaal zijn ze afgeleid van de technieken die zijn ontwikkeld door Ueshiba.

Training
In Aikido, net als in bijna alle andere Japanse krijgskunsten, is er zowel een fysiek als een mentaal aspect tijdens de training. De fysieke training in Aikido is divers waarbij aandacht wordt gegeven aan zowel de algemene fysieke gesteldheid als aan de conditie. Omdat een groot deel van Aikido bestaat uit worpen, leert de leerling eerst hoe hij goed moet rollen en vallen. De specifieke technieken voor aanvallen omvatten zowel grepen als slagen. De technieken voor verdediging bestaan uit worpen en klemmen. Nadat de leerling de basistechnieken onder de knie heeft, kan worden aangevangen met lessen in wapens.

Rollen van uke en nage
Aikido training is voornamelijk gericht op twee partners die vooraf gearrangeerde patronen lopen, de zogeheten kata. Het basispatroon is waarbij de ontvanger van de techniek (uke) een aanval uitvoert op de werper (nage) die vervolgens deze aanval neutraliseert door een aikido techniek toe te passen. Beide delen van de techniek zijn essentieel voor een Aikido training. Bij nage wordt geleerd om mee te buigen met de aanvaller en om de aanvallende energie te controleren terwijl bij uke wordt geleerd om kalm en flexibel te zijn als men in het nadeel is. Dit ontvangen van een techniek wordt ukemi genoemd. Uke is continue bezig om balans te vinden en om zwakke plekken te bedekken terwijl nage posities en snelheid gebruikt om uke uit balans en kwetsbaar te houden. In meer gevorderde trainingen kan uke soms reversal technieken toepassen om weer in balans te komen.

Initiële aanvallen
Aikido technieken zijn er op gericht om een aanval af te weren. Om dit goed te kunnen leren, moeten leerlingen ook weten wat een goede aanval is. Hoewel er niet hard wordt getraind op verschillende aanvallen, worden de meest voorkomende wel goed behandeld. Veel slagen bij Aikido moeten eigenlijk een slag met een zwaard voorstellen. Andere technieken die op stoten lijken, doen denken aan een beweging die wordt gemaakt met een steekwapen. Er wordt niet veel getraind op trap omdat trappen, en vooral hoge trappen, in het feodale Japan van vroeger niet werden uitgevoerd op het slagveld.

Enkele basisslagen zijn:
– voorkant van het hoofd slag: een verticale meshandslag naar het hoofd
– zijkant van het hoofd slag: een diagonale meshandslag naar de zijkant van het hoofd of de nek
– borststoot: een stoot naar de borst
– gezichtsstoot: een stoot naar het gezicht

Beginners oefenen in het begin vooral grepen zodat ze de energie van de opponent kunnen voelen. Sommige grepen zijn afgeleid van historische gebeurtenissen zoals het vastgehouden worden terwijl getracht werd een wapen te trekken. Een techniek kon dan werden gebruikt om los te komen en vervolgens de opponent uit balans te brengen.

Onderstaande grepen zijn voorbeelden hiervan.
– eenhandige greep: een hand grijpt een pols
– tweehandige greep: beide handen grijpen een pols
– tweehandige greep: beiden handen grijpen beide polsen
– schouder greep: een schouder wordt vastgepakt
– borstgreep: het grijpen van de borst of de kleding om de borst heen

Basistechnieken
Onderstaande technieken zijn veel gebruikte worpen en klemmen. De precieze terminologie kan verschillen tussen de verschillende organisaties en stijlen maar onderstaande termen worden gebruikt door de Aikikai Stichting.

Eerste techniek – een beweging waarbij een hand de elleboog en een andere hand bij de pols druk uitoefenen om de uke naar de grond te bewegen
Tweede techniek – een polsklem die de arm draait
Derde techniek – een draaiende polsklem
Vierde techniek – een schouder controle waarbij beide handen de voorarm pakken
Vijfde techniek – de pols wordt gepakt en vervolgens gedraaid zodat er neerwaartse druk op de elleboog komt
Vier richtingen worp – de hand wordt achter de schouder gedrukt zodat het schoudergewricht wost vastgezet
Voorarm klem – een klem waarbij de voorarm wordt klemgezet
Adem worp – een vaak gebruikte term voor technieken waarbij geen klem wordt gebruikt
Inkomende worp – worpen waarbij de nage inkomt lopen op de uke
Hemel-en-aarde worp – nage pakt een hand laag en de andere hand hoog en brengt zo uke in onbalans
Heup worp – Nage laat z’n heup lager zakken dan die van uke zodat hij over de heup kan worden gegooid
Figuur tien worp – een worp waarbij de armen tegen elkaar worden gehouden
Draainde worp – nage pakt de armen en brengt ze tot achter de schouder en drukt vervolgens naar voren om te gooien

Wapens
In Aikido wordt ook getraind met wapens. Zo wordt er onder meer met de korte stok, houten zwaard en mesgeoefend. Tegenwoordig wordt er op enkele scholen ook geleerd hoe om te gaan in een situatie waarbij een vuurwapen wordt getrokken. Er zijn ook scholen die helemaal niet trainen op en met wapens omdat ze hier faliekant tegen zijn. Tegenpool van deze stijl is de Iwama stijl waarbij juist veel tijd en aandacht wordt geschonken aan het houten zwaard en de korte stok.

Meerdere aanvallers
Binnen het Aikido wordt er ook getraind om zich te verdedigen tegen meerdere aanvallers, het zogeheten taninzudori of taninzugake. Het sparren met meerdere aanvallers is een belangrijk onderdeel in veel examens en is een verplicht onderdeel als een hogere graad behaald wil worden. Het gaat erom dat de persoon intuïtief bewegingen kan uitvoeren in een onstabiele omgeving. Strategische keuze van technieken is een belangrijk onderdeel van de training. Bijvoorbeeld, een ura techniek kan worden gebruikt om de huidige aanvaller te neutraliseren maar zo kan men wel met de rug naar de volgende aanvaller staan zodat deze ongehinderd zijn aanval kan doorzetten.

Mentale training
Aikido training is zowel mentaal als fysiek waarbij de nadruk wordt gelegd om lichaam en geest te ontspannen, zelfs als men verkeert in een gevaarlijke situatie. Dit is noodzakelijk om de beoefenaar in staat te stellen om zelfverzekerd te reageren in een gevecht. Mirihei Ueshiba heeft eens gezegd dat “men bereid moet zijn om 99% van de aanval te incasseren en de dood in de ogen te kijken” om de techniek zonder twijfel uit te voeren.